FRDO CFDD

FEDERALE RAAD VOOR DUURZAME ONTWIKKELING

De raad

De Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO) geeft adviezen aan de Belgische federale overheid over het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling.

De FRDO werd in 1997 opgericht als opvolger van de Nationale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (NRDO) die sinds 1993 functioneerde. De Raad werd opgericht door de wet van 5 mei 1997 (aangepast in 2010). Die regelt de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling.

In de werkzaamheden van de raad gaat een bijzondere aandacht naar de uitvoering van internationale verbintenissen van België, zoals Agenda 21, het Klimaatverdrag, het Verdrag inzake biologische diversiteit. Die verbintenissen zijn het resultaat van de Conferentie van de Verenigde Naties over Milieu en Ontwikkeling die in juni 1992 in Rio de Janeiro plaatsvond (bekend als UNCED, United Nations Conference on Environment and Development). Ze werden vervolledigd door de verbintenissen aangegaan in het kader van de 2030 Agenda die België heeft ondertekend in 2015 en die onder meer de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (SDGs) bevat die zouden moeten gehaald worden tegen 2030.

De 2030 Agenda en de SDGs

Naast het wettelijk kader dat bestaat op federaal niveau is het internationaal kader, in de vorm van de 2030 Agenda voor duurzame ontwikkeling, richtinggevend voor de werkzaamheden van de raad. De 2030 Agenda werd in het kader van de Verenigde Naties in 2015 vastgelegd. Een belangrijk onderdeel daarvan vormen de SDGs (duurzame ontwikkelingsdoelstellingen). Die SDGs gelden voor alle landen, dus ook voor België. De raad heeft de voorbije jaren al verschillende adviezen uitgewerkt over de uitvoering van de SDGs door ons land. De SDGS vormen ook een belangrijke overkoepelende prioriteit voor de werking van de raad.

Beleidscyclus en actoren

De realisatie van deze langetermijnvisie gebeurt stapsgewijs volgens een vijfjarige leercyclus. Dit betekent dat in iedere cyclus acties en maatregelen via interdepartementale samenwerking gedefinieerd worden om van de huidige situatie te evolueren naar de gewenste situatie in 2050. Deze acties worden gepubliceerd in het Federaal Plan voor Duurzame Ontwikkeling. De acties worden door iedere federale administratie uitgevoerd en nadien geëvalueerd. De evaluatie dient als basis voor een nieuwe vijfjarige cyclus. Deze cyclische manier van werken impliceert dat de genomen beslissingen steeds verder kunnen worden geoptimaliseerd en aangepast aan nieuwe situaties. Opgebouwde ervaring en kennis worden benut om iedere cyclus te verbeteren en nieuwe acties en maatregelen op te stellen.

In de vijfjarige leercyclus van het federaal beleid duurzame ontwikkeling zijn vier verschillende partners, met ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid, betrokken:

De opdracht van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

De raad heeft als wettelijke opdrachten:

  • advies verlenen aan de overheid over alle maatregelen betreffende het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling en participatie aan beleidsdialogen met leden van de regering;
  • een forum zijn waar van gedachten kan worden gewisseld over duurzame ontwikkeling. Hieronder valt ook de organisatie van stakeholderdialogen ter voorbereiding van adviezen binnen de statutaire organen, werkgroepen en fora;
  • informeren en sensibiliseren over duurzame ontwikkeling van burgers, particulieren en openbare organisaties. Dit gebeurt voornamelijk via studiedagen, de persprijs duurzame ontwikkeling en publicaties;
  • onderzoek voorstellen op alle domeinen die verband houden met duurzame ontwikkeling.

De adviestaak van de raad werd in de loop der jaren uitgebreid met bijkomende specifieke opdrachten in het domein van de productnormen, de internationale samenwerking, de milieuplannen en –programma’s en het mariene milieubeleid.

De raad oefent de adviesopdrachten uit op het verzoek van ministers of staatssecretarissen, van het parlement of op eigen initiatief. De ministers of staatssecretarissen informeren de raad vervolgens over het gevolg dat door de regering is gegeven aan de adviezen en, in voorkomend geval, de redenen voor het afwijken ervan.

De leden van de raad

De leden van de raad zijn vertegenwoordigers van diverse maatschappelijke groepen: milieuorganisaties, organisaties voor ontwikkelingssamenwerking, verbruikers-, werknemers- en werkgeversorganisaties, jongerenorganisaties en de wetenschappelijke wereld. Vertegenwoordigers van de federale regering, van de gemeenschappen en gewesten en van milieuraden en sociaal-economische raden zijn leden zonder stemrecht.