FRDO CFDD

FEDERALE RAAD VOOR DUURZAME ONTWIKKELING

Dossier 03 | Circulaire economie

Circulaire economie

Het begrip circulaire economie en de verschillende andere begrippen die daarmee te maken hebben, worden op het einde van het artikel kort uitgelegd.
De FRDO besliste een specifiek aspect van de circulaire economie te bestuderen om de kennis op dat gebied concreet te vergroten. De keuze viel op de functionaliteitseconomie omdat daaromtrent nog maar weinig onderzoek was gebeurd en het daarnaast om een innovatief businessmodel gaat.

Het studiebureau EcoRes kreeg de opdracht een studie uit te voeren (het verslag lezen). Op basis van een speciaal daartoe bestemd methodologisch schema en van casestudies onderzoekt die studie in welke mate en onder welke omstandigheden de functionaliteitseconomie een hefboom kan zijn voor duurzame ontwikkeling in België. Welke verschillende types van ondernemingen zijn met dit model aan de slag gegaan? Welke drijfveren hebben hen tot die stap aangespoord? Welke hinderpalen waren er en wat zijn de resultaten? Vervolgens werden aanbevelingen geformuleerd om dit businessmodel verder uit te werken.

Deze studie werd voorgesteld tijdens de persprijs 2014 en werd besproken op een lunchdebat.

Momenteel kunnen de leden van de FRDO de aanbevelingen van de studie nader onderzoeken.

 

Europese en Belgische initiatieven

Op Europees niveau werden over de circulaire economie al tal van documenten gepubliceerd. Onlangs is een raadpleging over de circulaire economie afgesloten en die zou eind 2015 moeten leiden tot een geheel van teksten (richtlijnen, mededelingen…) over de circulaire economie. Voor meer informatie.

Op federaal niveau hebben de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (DG Leefmilieu) en de FOD Economie en K.M.O. samen een nota met voorstellen opgesteld onder de titel “België als voortrekker van de circulaire economie – Voor een efficiënt en duurzaam gebruik van de hulpbronnen, met de garantie op een versterking van het concurrentievermogen en een kwaliteitsvol leefmilieu”. Deze nota bevat in totaal 20 concrete voorstellen om: “  

  • te helpen bij het definiëren van duidelijke becijferde doelstellingen en het meten van de vooruitgang
  • bij te dragen tot het invoeren van nieuwe innovatieve en performante bedrijfsmodellen
  • de verlenging van de gebruiksduur van de producten, hun componenten en hun grondstoffen mogelijk te maken
  • informatie te verstrekken aan de verschillende betrokken actoren
  • invloed uit te oefenen op het Europees debat ter zake”

Eveneens op federaal niveau richtte de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (adviesraad waarin de sociale partners zetelen) een “platform Resource Efficiency” op, dat tot doel heeft recyclage te stimuleren. Dat platform bestaat uit tal van actoren (hoofdzakelijk de bevoegde federale en gewestelijke overheden). De resultaten van de werkzaamheden ervan kunnen worden geraadpleegd op de website van de CRB.

Op gewestelijk niveau kwamen heel wat initiatieven tot stand.

 

Het begrip circulaire economie

Het begrip circulaire economie omvat zeer veel. Het wordt bijzonder uitgebreid gedocumenteerd door de Ellen MacArthur Foundation, die de theorie ervan samen met verschillende particuliere actoren (industriëlen, beleidsconsultants…) heeft uitgewerkt en bekrachtigd.

Eenvoudig gezegd streeft de circulaire economie ernaar het verbruik van hulpbronnen (energiebronnen en materiële middelen, al dan niet van organische aard…) alsook de vervuiling die door het gebruik ervan wordt veroorzaakt (afval, lucht- en watervervuiling…) tot een strikt minimum te beperken. Dit concept wordt gewoonlijk tegenover de traditionele “lineaire economie” geplaatst die steunt op de ontginning van hulpbronnen, het verbruik ervan en het afval dat daarvan het gevolg is. De circulaire economie streeft er daarentegen naar de hulpbronnen in al hun vormen opnieuw in de economie te gebruiken, in alle fasen van het productie- en consumptieproces; op die manier is de grondstoffencirkel rond.

Zo omvat de circulaire economie onder meer:

  • het gebruik van gerecycleerde materialen
  • het hergebruik en recycleren
  • het ecologisch ontwerpen, met als doelstellingen:
    • de levensduur van producten te verlengen
    • de hoeveelheid verbruikte hulpbronnen te verminderen
    • de mogelijkheid de producten te herstellen, wat inhoudt dat ze niet alleen demonteerbaar, maar ook adequaat gedocumenteerd moeten zijn
    • de mogelijkheid het product aan het einde van zijn levensduur volledig te recycleren, wat eveneens inhoudt dat het op het gebied van materialen moet worden gedocumenteerd
  • Hier kan een verband worden gelegd met de strijd tegen de geplande veroudering (het feit dat een product vroegtijdig het einde van zijn levensduur bereikt). Die veroudering kan van technische aard zijn (het product raakt defect en de herstelkosten liggen aanzienlijk hoger dan de kostprijs bij de aankoop van een nieuw toestel), of van sociaal-culturele aard (bijvoorbeeld: een smartphone wordt niet vervangen wanneer hij defect is, maar wanneer een nieuw model in de handel komt). Over geplande veroudering is meer informatie te vinden in het advies van het EESC en in het perscommuniqué.
  • De efficiëntie van de hulpbronnen verbeteren: minder verbruiken per productie-eenheid. Het betreft hier bijvoorbeeld de hoeveelheid energie die nodig is om één kWh elektriciteit te produceren; de hoeveelheid water die nodig is om één liter van drank X te produceren,…
  • Nieuwe businessmodellen waarmee het mogelijk is minder hulpbronnen te gebruiken. De functionaliteitseconomie is een voorbeeld daarvan: door het bezit van een goed te vervangen door de toegang tot een dienst waarmee aan dezelfde behoefte kan worden voldaan, kan het verbruik van materialen in grote mate worden verminderd. De bekendste voorbeelden zijn die waarbij het goed niet langer wordt aangekocht, maar gehuurd voor de periode waarin het wordt gebruikt – in dat geval wordt gesproken van diensten gebaseerd op het gebruik (bijvoorbeeld carsharing of autodelen, waarbij verscheidene personen één enkele auto onder elkaar delen). De verstrekte dienst kan ook op het resultaat gericht zijn, waarbij die dienst eventueel berust  op een andere technologie dan degene die hij vervangt (bijvoorbeeld een onderneming die het mogelijk maakt dat het daglicht overal in een gebouw wordt verspreid, naast een meer conventioneel verlichtingssysteem).
  • Opbouwen van lokale partnerschappen waarin verschillende ondernemingen afspreken dat de afvalproducten van de ene de grondstoffen worden van de andere.

(picture: Ellen MacArthur Foundation)