FRDO CFDD

FEDERALE RAAD VOOR DUURZAME ONTWIKKELING

Gemeenschappelijk advies NEKP

Zeven federale en regionale adviesraden vragen dat het toekomstig geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan zorgt voor een structurele samenwerking op het vlak van energie- en klimaatbeleid tussen de verschillende beleidsniveaus

 

De EU-lidstaten moeten een geïntegreerd Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP) maken en dat overhandigen aan de Europese Commissie. De verschillende regeringen van ons land slaagden erin het ontwerp-NEKP tijdig (voor eind 2018) in te leveren bij de Commissie. Het definitieve NEKP moet tegen het einde van 2019 klaar zijn.

Een groep van zeven federale en gewestelijke adviesraden maakte een advies over het ontwerp-NEKP. Deze raden vertegenwoordigen de civiele maatschappij in de brede zin op federaal en gewestelijke niveau (werkgeversorganisaties, vakbonden, milieu NGO’s, Noord-Zuid NGO’s academici...). In hun advies wordt gevraagd om ervoor te zorgen dat het definitieve plan de structurele tekorten van de ontwerpversie zal wegwerken. Dat is nodig om te komen tot een slagkrachtig beleid op het vlak van energie en klimaat in een structurele samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus.

Het advies bestaat uit drie onderdelen.

  • In het eerste deel kijken de raden naar het NEKP-proces en naar het eigenlijke ontwerp. Ze stellen vast dat de tekst van dat ontwerp veel te weinig een werkelijk geïntegreerd document is en veeleer een samenvoeging van afzonderlijke documenten. Een geïntegreerde systemische visie is evenwel nodig, zeker voor domeinen als milieufiscaliteit, mobiliteit en infrastructuur. Dat de institutionele structuur van ons land vrij complex is, is volgens de raden geen excuus. Het is wel degelijk mogelijk beter te doen. De definitieve versie van het NEKP zou die structurele tekorten weg moeten werken.
  • In het tweede deel stellen de raden zich de vraag wat er nodig is om het NEKP te verbeteren. Ze stellen vast dat het ontwerp-NEKP wel grotendeels is opgemaakt volgens de voorschriften van de EU maar toch nog erg moeilijk leesbaar is. Het uitwerken van een definitief NEKP zou volgens de raden een hefboom moeten vormen om te komen tot een energie- en klimaatbeleid van een hogere kwaliteit, en dat in een structurele complementaire samenwerking tussen de beleidsniveaus. Als de adviesraden (onder meer voor dit advies) en de parlementen (voor de interparlementaire klimaatresolutie) goed kunnen samenwerken, moeten de regeringen dat ook kunnen.
  • In het derde deel gaan de raden dieper in op die elementen die nodig zijn om de uitvoering van het NEKP tot een succes te maken. Een goed beleidsplan is op zich nog geen garantie voor een sterk beleid. Het Belgisch institutioneel kader kan gebruikt worden om vooruitgang in het beleid af te remmen, maar het kan ook heel wat mogelijkheden bieden om vernieuwend te werken. De raden pleiten dan ook uitdrukkelijk voor een samenwerkingsagenda, waarbij de verschillende beleidsniveaus – telkens binnen hun bevoegdheden – structureel en complementair met elkaar samenwerken. Dat zal nodig zijn om de verschillende internationaal afgesproken doelstellingen te halen. Om dit alles goed te onderbouwen is er nood aan meer onderzoek, en dat in afspraak en afstemming tussen de beleidsniveaus. De manier waarop overleg wordt georganiseerd (en dat was zo voor het ontwerp-NEKP) is niet goed genoeg en zou structureel moeten verbeteren. De raden willen hun kennis en expertise inzetten, onder meer gericht op een groter maatschappelijk draagvlak voor een sterk beleid op het vlak van energie en klimaat, maar dan moeten ze structureel bij dat beleid betrokken worden. De energie- en klimaatdoelstelling behalen impliceert volgens de raden een grondige transitie naar een lagekoolstofsamenleving als onderdeel van een ruimer beleid duurzame ontwikkeling. De duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDGs) kunnen daartoe een nuttig kader vormen. De genoemde transitie is diepgaand, en daarom zouden de regeringen zich in hun beleid moeten richten op zogenaamde ‘versnellers’ die een positieve dynamiek op gang kunnen brengen. Het gaat daarbij onder meer over het versneld wegnemen van de obstakels voor meer hernieuwbare energie, een geïntegreerd (interfederaal) beleid voor duurzame mobiliteit en het versneld energetisch renoveren van gebouwen om die klimaatneutraal te maken. De raden formuleren ten slotte nog een reeks aanbevelingen voor een betere governance op het vlak van energie- en klimaatbeleid. Zo vragen ze onder meer een betere regeling voor de tussentijdse monitoring en bijsturing van het beleid, grotere transparantie over de interfederale en interministeriële vergaderingen, een sterker engagement voor de circulaire economie en een voortrekkersrol van ons land binnen de EU.

Tegen de zomer zou de evaluatie door de Commissie van het Belgische ontwerpplan bekend moeten zijn. Met die evaluatie en met de bijdrage van de verschillende adviesraden moet men dan snel aan de slag gaan. Hopelijk komt er geen vertraging in de uitwerking van een definitief NEKP. De raden zijn klaar om daaraan mee te werken en kijken uit naar de initiatieven van de verschillende (nieuwe) regeringen.

 

Info