FRDO CFDD

FEDERALE RAAD VOOR DUURZAME ONTWIKKELING

Naar een koolstofarm België in 2050

Naar een koolstofarm België in 2050

 

Gezamenlijk advies door zeven raden van maatschappelijke organisaties

Zeven adviesraden van zowel de federale als gewestelijke  beleidsniveaus hebben samen een  advies gepubliceerd over een stappenplan om tot een koolstofarme maatschappij te komen tegen 2050. Deze “interfederale” beleidsadvisering is een primeur in ons land.  Werkgevers, vakbonden, milieu-, ontwikkelings- en consumentenorganisaties, wetenschappers, jongeren- en vrouwenorganisaties die in  de betrokken raden zetelen, roepen hun overheden op om nu ook snel werk te maken van een geïntegreerde aanpak. Zowel op het vlak van mobiliteit, ruimtelijke ordening, openbaar vervoer, bouwen, energievoorziening als voeding zijn coherente maatregelen nodig om de noodzakelijke veranderingen teweeg te brengen.

Achtergrond
  • De uitstoot van broeikasgassen moet de komende decennia drastisch en systematisch verminderen om ons klimaatsysteem te stabiliseren (-80 % tot -95 % ten opzichte van 1990 ). Tegen 2050 zou onze maatschappij koolstofarm moeten zijn. Een recent onderzoek in opdracht van de FOD Volksgezondheid en Leefmilieu schetst een aantal scenario’s voor een dergelijke “transitie”.  Deze scenario’s voor wonen, verplaatsingen, energiegebruik, industrie en landbouw, zijn te vinden op de site www.klimaat.be/2050.
  • Deze transitie is uiteraard geen zaak van wetenschappers of politici alleen, maar van alle actoren -  organisaties, ondernemingen en burgers.   Daarom vroeg staatssecretaris Wathelet in het kader van de studie, ook het standpunt van het middenveld over de beste manier om de transitie van België naar een koolstofarme maatschappij in 2050 concreet vorm te geven.
Pleidooi voor  een ruime visie
  • De noodzakelijke veranderingen zijn niet mogelijk wanneer het kortetermijnperspectief en het “silodenken” blijven domineren. De raden pleiten dan ook voor een perspectief op lange termijn, met 2050 als horizon, als kader voor het beleid. Hierbij is een brede aanpak nodig die de drie dimensies van duurzame ontwikkeling integreert en oog heeft voor de wisselwerking tussen maatregelen in verschillende domeinen.  
  • De raden vragen in het bijzonder dat de gewesten en de federale overheid coherente beslissingen nemen over:
    • een beleid om de energievraag te beheersen, met name op het vlak van mobiliteit, ruimtelijke ordening en de energieprestaties van gebouwen
    • de eiwittransitie, zoals gedefinieerd in het FRDO-advies van 3 februari 2011
    • de organisatie van de gas- en elektriciteitsmarkt, de productiecapaciteit en de energiemix voor  een duurzame energiebevoorrading  tegen een aanvaardbare kost;
    • de infrastructuur voor het transport en de distributie van energie;
    • de steun aan onderzoek en ontwikkeling;
    • maatregelen om bepaalde  groepen (burgers, bedrijven, …) te begeleiden bij  de transitie.
Een innoverende benadering
  • De staatssecretaris  vroeg zowel het advies van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling als dat van alle overlegorganen op regionaal niveau die waarnemer zijn in deze raad. Het gaat om  de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (MiNa-raad), de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (ESRBHG),  de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (RLBHG), de Conseil Économique et Social de la Région Wallonne (CESRW), en de Conseil Wallon de l'Environnement pour le Développement Durable (CWEDD).
  • Deze adviesraden zijn ingegaan op de vraag om een gezamenlijk advies over de kwestie voor te bereiden, omdat ze van mening zijn dat een stappenplan voor een koolstofarme maatschappij een aanpak op, en een samenwerking tussen verschillende beleidsniveaus inhoudt, gegeven de  verdeling van bevoegdheden in ons land.  
  • De raden hebben een gemeenschappelijke boodschap geformuleerd. Dit initiatief, een primeur in ons land,  illustreert dat het alvast op het vlak van advisering  mogelijk is om een beleidsvisie te ontwikkelen die de benaderingen op verschillende niveaus integreert. De raden vragen dan ook dat deze aanpak verdergezet zou worden op beleidsvlak, waarbij ieder niveau zo handelt dat de effectiviteit van alle andere beleidsniveaus wordt versterkt (mutualiteitsprincipe).
  • Lokale initiatieven leveren een essentiële bijdrage aan de slaagkansen van dit proces. Er is daarom ook nood aan een beleid dat de transitie die bottom-up al aan de gang is, faciliteert, coördineert en versnelt. Verder zal een ambitieus transitiebeleid voor een koolstofarme maatschappij slechts succesvol zijn indien alle stakeholders en burgers participeren aan de uitwerking ervan.  In dit licht zijn de raden bereid verder bij te dragen tot de uitwerking en opvolging van het stappenplan.

Het advies