FRDO CFDD

FEDERALE RAAD VOOR DUURZAME ONTWIKKELING

Nog redenen voor een verantwoorde omgang met vleesgebruik, tijd voor eiwittransitie

Het bevorderen van een duurzaam voedingsysteem moet een van de prioriteiten zijn van de transitie naar een koolfstofarme samenleving in 2050 die op federaal niveau is afgesproken. De aanbevelingen van het rapport van de Hoge Gezondheidsraad over de consumptie van rood vlees zouden deel moeten kunnen uitmaken van een ruimere eiwittransitie. Zo’n eiwittransitie wordt door de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO) bepleit.

In een nieuw advies van de Hoge Gezondheidsraad (HGR) worden aanbevelingen geformuleerd over de consumptie van rood vlees, en dat met het oog op de voorkoming van darmkanker. Vanuit de vaststelling dat ongeveer 30% van alle gevallen van kanker hun oorsprong in voeding vinden, stelt de HGR dat “de incidentie van colorectale kanker met 10 tot 20% zou kunnen afnemen dankzij aanbevelingen over de aard, de bereidingswijze en de hoeveelheid verbruikt vlees.” In België is de gemiddelde consumptie van rood vlees relatief hoog, en daarom “beveelt de HGR dus aan om slechts af en toe vlees te verbruiken, vers of in de vorm van bereid gehakt, en met rood vlees bereide charcuterie zoveel mogelijk te vermijden, vooral vetrijke producten. Het gematigd verbruik van rood vlees (max. 500 g/week) blijft echter een belangrijke bron van eiwitten, vooral voor senioren.” Volgens de HGR “geniet het de voorkeur om gevogelte, eieren en vis te verbruiken, en bv. eenmaal per week rood vlees te vervangen door plantaardige alternatieven”. Meer plantaardige eiwitten in de voeding zorgt voor “minder ziekte en sterfte terwijl het ook bijdraagt aan een meer ecologisch verantwoorde voedselproductie”.  Minder rood vlees eten is dus de boodschap. Het gaat hier om een zeer complexe materie, maar uit het advies blijkt dat een al dan niet gedeeltelijke verschuiving van het gebruik van dierlijke naar plantaardige proteïnen goed kan zijn voor onze gezondheid, maar ook voor een meer duurzame ontwikkeling in het algemeen. Het lijkt ons bijzonder nuttig om die strategie te zien als een onderdeel van een ruimer verhaal.

In dat verband is het interessant te verwijzen naar het advies van de FRDO uit 2011 waarin wordt opgeroepen tot een zogenaamde ‘eiwittransitie’, als onderdeel van een ruimere transitie naar een duurzamer landbouw- en voedingsysteem. Dat advies werd toen consensueel aangenomen door de FRDO, een adviesraad waarin vertegenwoordigers van onder meer bedrijven, vakbeweging, milieu- en Noord-Zuid-beweging en consumentenorganisaties samen hebben gewerkt aan een evenwichtig advies.

Volgens de FRDO steunt een eiwittransitie op een actieve samenwerking tussen overheden, economische actoren en middenveld. De eerste pijler van de eiwittransitie is de transformatie in duurzame zin van het huidig systeem van import van plantaardige eiwitten. Zorg er dus voor dat Europa niet langer afhankelijk is van de import van plantaardige eiwitten uit andere continenten. Met andere woorden: minder soja die van de andere kant van de wereld naar hier komt om onze dieren te voeden. De soja die we nog invoeren, moet zo duurzaam mogelijk zijn. En tegelijk zou er moeten gekeken worden naar de mogelijkheden om zelf hier in Europa eigen eiwitten te produceren.

De tweede pijler gaat over productie en consumptie en wil de consumptie van dierlijke eiwitten verschuiven naar enerzijds meer duurzaam geproduceerde dierlijke eiwitten en anderzijds naar plantaardige eiwitten. Een evenwichtige aanpak dus, en dat door een geïntegreerde reeks maatregelen op het vlak van vraag en aanbod, die als een geheel moeten beschouwd worden. Daarbij gaat het (aanbodzijde) onder meer om onderzoek naar inheemse eiwitproductie, pilootprojecten voor een betere omzetting van plantaardige naar dierlijke eiwitten, verder onderzoek naar de reële impact doorheen de hele keten van diverse eiwitproducten, pilootprojecten die het verlies aan kostbare grondstoffen doorheen de keten tegen kunnen gaan, steunprogramma’s voor de ontwikkeling en vermarkting van plantaardige voedingproducten, een gegarandeerd aanbod aan veggie maaltijden in overheidsrestaurants. Verder kan er gedacht worden (vraagzijde) om evenwichtige en gezonde voedingpatronen te promoten die noch te veel noch te weinig eiwitten bevatten en waarin dierlijke en/of plantaardige eiwitten hun plaats hebben, en ook positieve appreciatie te geven aan die mensen die ervoor kiezen om minder vlees te eten.

In het advies pleit de FRDO voor een nationaal, beleidsoverschrijdend platform dat de eiwittransitie vorm moet geven in een perspectief 2050. Het is jammer dat de federale regering die aanbeveling tot nu toe niet heeft uitgevoerd. Gezien de omvang van de  transitie die nodig is, de economische belangen van de betrokken sectoren, de urgentie van de uitdaging en ook de gedeelde bevoegdheden van de verschillende beleidsniveaus in deze discussie, zou zo’n platform bijzonder nuttig kunnen zijn. Het zou de kans geven initiatieven te kaderen in een ruimere visie (ondertussen uitgewerkt in de federale langetermijnvisie 2050). Tegelijk zouden de acties van overheden en bedrijven in een federale samenwerkingslogica perfect op elkaar afgestemd kunnen worden. En als dit alles gebeurt in een permanente dialoog met alle actoren, ook middenveldorganisaties, dan kunnen we zo een belangrijke stap vooruit zetten op weg naar een duurzaam voedingsysteem.

 

Magda Aelvoet, voorzitster Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

 

Ter info: