FRDO CFDD

FEDERALE RAAD VOOR DUURZAME ONTWIKKELING

Thema's | DUURZAME ECONOMIE

Een “duurzame economie” houdt rekening met maatschappelijke en milieuaspecten om zo te beantwoorden aan de behoeften van vandaag, zonder toekomstige generaties te beletten aan hun eigen behoeften te voldoen (definitie van de FOD Economie: http://economie.fgov.be/nl/consument/duurzame_economie/ ).

Over het algemeen worden verschillende begrippen onder deze noemer geplaatst; hier bespreken wij enkel die begrippen waaraan de FRDO werkt of heeft gewerkt.

1. Circulaire economie

Het begrip circulaire economie

Het begrip circulaire economie is zeer ruim. Het wordt uitvoerig gedocumenteerd door de Ellen MacArthur Foundation, die haar theorie in samenwerking met verschillende particuliere actoren (industriëlen, strategieconsultants…) heeft uitgewerkt en bekrachtigd.

Eenvoudig uitgedrukt streeft de circulaire economie ernaar het verbruik van hulpbronnen (energie, materiële middelen, al dan niet organisch van aard…) en de vervuiling als gevolg van het gebruik ervan (afval, lucht- en watervervuiling…) tot een strikt minimum te beperken. Dit begrip wordt gewoonlijk tegenover de traditionele “lineaire economie” geplaatst die gebaseerd is op de ontginning van hulpbronnen, het gebruik ervan en het afval dat daaruit voortvloeit. De circulaire economie, daarentegen, heeft tot doel de hulpbronnen in al hun vormen te hergebruiken in de economie, in alle fases van het productie-consumptieproces; op die manier wordt de grondstoffenkringloop gesloten.

De circulaire economie omvat onder meer ook:

  • Het gebruik van gerecycleerde materialen
  • Het hergebruik
  • Het ecodesign of ecologisch ontwerpen, met als doel:
    • de levensduur van producten te verlengen
    • de hoeveelheid verbruikte hulpbronnen te verminderen
    • de producten te kunnen herstellen, wat betekent dat ze demonteerbaar moeten zijn, maar ook dat ze naar behoren gedocumenteerd moeten zijn
    • het hele product aan het einde van zijn levensduur te kunnen recycleren, wat ook inhoudt dat het gedocumenteerd moet zijn wat de materialen betreft
  • Hier kan een verband worden gelegd met de strijd tegen de geplande veroudering (het feit dat een product vroegtijdig het einde van zijn levensduur bereikt). Die veroudering kan technisch zijn (het product werkt niet meer en het kost méér om het te herstellen dan om een nieuw toestel aan te kopen), of van sociaal-culturele aard (bijvoorbeeld: een smartphone die niet wordt vervangen omdat hij defect is maar omdat er een nieuw model op de markt is). Over geplande veroudering is meer te lezen in het EESC-advies en in het perscommuniqué.
  • Het efficiënte gebruik van de hulpbronnen verbeteren: minder verbruiken per productie-eenheid. Voorbeelden zijn de hoeveel energie die nodig is om een kWh elektriciteit te produceren; de hoeveelheid water die nodig is om een liter van de drank X te produceren,…
  • Nieuwe businessmodellen die het mogelijk maken om minder hulpbronnen te gebruiken. Een voorbeeld daarvan is de functionaliteitseconomie: door het bezit van een goed te vervangen door de toegang tot een dienst die aan dezelfde behoefte kan voldoen, kan het verbruik van grondstoffen in hoge mate worden verminderd. De bekendste voorbeelden zijn die waarbij het goed niet langer wordt aangekocht, maar gedurende zijn gebruiksduur wordt gehuurd – wij spreken dan van gebruiksgebaseerde diensten (bijvoorbeeld carsharing of autodelen, waarbij verschillende personen één auto onder elkaar delen). De geleverde dienst kan ook resultaatgericht zijn door zich desgevallend te baseren op een andere technologie dan die welke hij vervangt (bijvoorbeeld een bedrijf dat het, naast een traditioneel verlichtingssysteem, ook mogelijk maakt om het daglicht overal in een gebouw te verspreiden).
  • Ontwikkelen van lokale partnerships, waarin verschillende bedrijven overeenkomen dat het afval van het ene bedrijf kan worden omgevormd tot de grondstoffen van het andere bedrijf.

 

(illustratie: Ellen MacArthur Foundation)

Europese en Belgische initiatieven

Op Europees niveau werden al tal van documenten over circulaire economie gepubliceerd. Naar de website van de Europese Commissie.

Op federaal niveau publiceerden Vice-eersteminister en minister van Economie Kris Peeters, en minister van Leefmilieu en duurzame ontwikkeling Marie Christine Marghem in 2016 een document met 21 gemeenschappelijke maatregelen om de circulaire economie in België te bevorderen. Dat document werd voorbereid in samenwerking met de FOD Volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu (DG Leefmilieu), de FOD Economie en KMO en het Federaal Instituut voor duurzame ontwikkeling. 

Alle informatie over dat document is te vinden op de website http://www.marghem.be/wp-content/uploads/CIRC-ECON-NL-LIGHT-2.pdf

Bovendien verzochten de ministers de FRDO om een advies uit te brengen over dat maatregelenpakket. Dat advies werd op 7 september 2016 unaniem goedgekeurd. Het kan hier worden geraadpleegd.

Nog op federaal niveau richtte de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (adviesraad waarin de sociale partners zetelen) een “Resource Efficiency Platform” op met als doel de recyclage te stimuleren. Dat platform bestaat uit tal van actoren (voornamelijk de bevoegde overheden op federaal en gewestelijk niveau). De resultaten van de werkzaamheden van dat platform kunnen worden geraadpleegd op de website van de CRB.

Op gewestelijk niveau zagen heel wat initiatieven het daglicht:

De werkzaamheden van de FRDO

In 2014 besloot de FRDO een specifiek aspect van de circulaire economie te behandelen om de kennis op dat vlak op concrete wijze te verdiepen. De keuze viel op de functionaliteitseconomie, want op dat gebied was nog maar weinig werk uitgevoerd en bovendien gaat het om een innovatief businessmodel. Er werd een werkgroep “Innovatieve economische modellen” opgericht om deze werkzaamheden op te volgen.

Het studiebureau EcoRes kreeg de opdracht een studie uit te voeren et sHet(lees het rapport). Op basis van een specifiek ontwikkeld methodologisch rooster en van casestudies analyseert deze studie in welke mate en onder welke voorwaarden de functionaliteitseconomie een hefboom kan vormen voor duurzame ontwikkeling in België. Welke verschillende types van ondernemingen hebben de stap naar dat model gezet? Wat heeft hen hiertoe aangespoord? Welke hinderpalen waren er en welke resultaten werden bereikt? Vervolgens worden aanbevelingen geformuleerd om dat businessmodel te ontwikkelen. De leden van de FRDO hebben die aanbevelingen niet geanalyseerd/bekrachtigd en dus zijn enkel de auteurs van de studie erdoor verbonden.

Deze studie werd voorgesteld op de persprijs 2014 en er werd een lunchdebat aan gewijd.

 

2. Collaboratieve economie of deeleconomie

Context

Wikipedia definieert deeleconomie, nog een ander economisch model met een mogelijkerwijs grote impact, als volgt: “De deeleconomie is een socio-cultureel systeem waarin delen en collectief consumeren centraal staat. Het gaat om gezamenlijke creatie, productie, distributie, handel en consumptie van goederen en diensten. Informatietechnologie is vaak de katalysator die individuen, vzw’s en overheden van informatie voorziet die het delen en hergebruik van overcapaciteit mogelijk maakt.” 

De collaboratieve economie is een menselijke activiteit die tot doel heeft gemeenschappelijke waarde te creëren en die berust op nieuwe vormen van arbeidsorganisatie. Zij steunt op een meer horizontale organisatie in plaats van een verticale, het onderling verdelen van goederen, ruimtes en werktuigen (gebruik in plaats van bezit), het organiseren van burgers in “netwerken” of gemeenschappen en meestal bemiddeling via internetplatformen (met uitzondering van modellen zoals de netwerken voor wederzijdse uitwisseling van kennis)”.

Werkzaamheden van de FRDO

De werkgroep ‘Innovatieve economische modellen’ besloot vervolgens om de collaboratieve economie of deeleconomie onder de loep te nemen. Zo werden in de loop van 2016 twee lunchdebatten georganiseerd:

  • Een eerste lunchdebat werd op 31 mei 2016 georganiseerd met als doel die economische modellen en het verband dat zij kunnen hebben met duurzame ontwikkeling kort voor te stellen en de huidige tendensen te bekijken.
  • Tijdens een tweede lunchdebat op 4 oktober 2016 konden de leden van de Raad hun standpunt geven over specifieke vragen omtrent deeleconomie en duurzame ontwikkeling die op voorhand waren geformuleerd.

Op basis van deze denkoefeningen bracht de Raad op eigen initiatief een advies uit dat op 8 maart 2017 unaniem werd goedgekeurd. Het kan worden geraadpleegd via deze link.  

De werkgroep gaf het secretariaat van de Raad vervolgens de opdracht een reeks interviews af te nemen van experts op het vlak van deeleconomie om een duidelijker beeld te krijgen over de definitie van deze begrippen, de mogelijke impact ervan op duurzame ontwikkeling, de voorbeelden die wij moeten volgen of mijden, enz. Het verslag van die interviews en een korte video kunnen worden geraadpleegd via de volgende link: http://www.frdo-cfdd.be/nl/publicaties/andere.

Die thema’s worden ook behandeld door de verschillende beleidsniveaus van het land. Zo werkt de FOD Economie en KMO aan het thema van de deeleconomie (zie http://economie.fgov.be/nl/ondernemingen/duurzame_economie/deeleconomie/); de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad bespreken de digitale economie en de deeleconomie in het kader van het Interprofessioneel Akkoord 2017, dat bepaalt dat “ 

  • De interprofessionele sociale partners zullen in de NAR-CRB bekijken welke maatregelen kunnen worden genomen om ervoor te zorgen dat de digitalisering en de deeleconomie kunnen leiden tot meer groei, werkgelegenheid en ondernemerschap, en een duurzame sociale zekerheid.
  • Het verslag en de aanbevelingen van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid (HRW), het advies van de NAR over de toekomst van werk (Future Of Work) en de documenten van de CRB over de digitalisering en de arbeidsmarkt vormen in dat opzicht belangrijke basisreferenties.
  • De sociale partners zullen aandacht hebben voor de impact op de duurzaamheid van de economie en de arbeidsmarkt en op de eerlijke concurrentie tussen alle spelers/ondernemers op de markt. Zij zullen in kaart brengen waar de opportuniteiten of gevaren liggen, en zullen in dit kader voorstellen formuleren om werknemers en werkgevers/ondernemers beter te wapenen voor deze uitdagingen of om eventuele ongewenste effecten op te vangen.
  • De sociale partners zullen tegen 30/06/2017 een eerste diagnose uitvoeren. Op basis daarvan zullen zij tegen 31/12/2017 concrete voorstellen uitwerken. Daartoe zullen zij in september 2017 in de schoot van de NAR-CRB een colloquium organiseren met de betrokken actoren.”

Studie: Duurzaamheid van innovatieve economische modellen met focus op mobiliteit | Deelauto’s, deelfietsen, carpooling, elektrische steps, fietskoeriers ... Dankzij de ontwikkeling van informatietechnologieën zijn er de voorbije jaren nieuwe manieren ontstaan ​​om goederen te verplaatsen of te vervoeren. Zullen deze innovaties – zij het technologisch of organisatorisch – de groeiende mobiliteitsproblemen oplossen waarmee België wordt geconfronteerd? Zullen ze de realisatie van de klimaatakkoorden van Parijs mogelijk maken? Zullen ze de kwaliteit verbeteren van de lucht die we inademen? Welke soorten initiatieven moeten door de overheden worden gesteund en hoe? Om deze vragen te beantwoorden, heeft de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling een studie gefinancierd die werd uitgevoerd door het studiebureau Transport and Mobility Leuven. Het volledige onderzoek is in het Nederlands gepubliceerd op de website van de raad (https://www.frdo-cfdd.be/nl/publicaties/andere ). Samenvattingen zijn beschikbaar in het Nederlands, het Frans en het Engels. De volledige tekst in het Frans verschijnt begin maart. Opgemerkt moet worden dat deze studie niet het standpunt van de raad of zijn leden vertegenwoordigt. De studie zal worden gepresenteerd tijdens het evenement "Vlot en duurzaam mobiel", georganiseerd op 28 maart 2019 door de FRDO (zie details en registratie).

Awards Duurzame deeleconomieplatformen – Mobiliteit | De FOD Economie organiseert samen met de FRDO en de FOD Mobiliteit de uitreiking van de “Awards Duurzame deeleconomieplatformen – Mobiliteit”. Het is een beloning voor de deeleconomieplatformen op het gebied van mobiliteit en vervoer die de beste aanpak hebben in termen van duurzame ontwikkeling. | Meer info? Consulteer het reglement | Participeren? Vul de vragenlijst in